Teksten° printversie °
Citaten uit Balthus
_____________________
uitgave Zeebelt den Haag 2004
 
......Goed kijken en daardoor anders zien kan dus gevaarlijk zijn.
Het kan een aanslag inhouden op wat wij als wenselijk voelen. Het houdt immers in dat we ontvankelijk zijn voor mogelijke manifestaties van het andere. Het andere dat maar al te snel ook een 'al het andere ' wordt. En dat kunnen we niet verdragen. Die oneindigheid kan niemand aan. Dus we kijken met reserve en reserveren een mening voor de rest......Wat afstand! Wat verte! Balthus keek, met een sluier voor zijn ogen de wereld in. Maar juist, met alles schijnbaar onder handbereik trekt het beeld zich terug in de verf van het schilderij. Wilde Balthus, al schilderend, alles naar zich toe halen? Om de verte van de wereld met verf vaarwel te zeggen?
......Balthus is een kleurenbreker. Een onvermoeibare temperaar van het zegbare. Steeds tot op het moment dat, wat gezegd moet worden, zich voldoende teruggetrokken heeft om ergens in een stil hoekje te blijven fluisteren. Ik meen hier de schijnbaar eeuwigdurende stilte te herkennen van mijn jeugd. Die in het rumoer van mijn jeugd en van wat erop volgde geïmplodeerd en verdwenen bleek. En die mij nu ontstolen wordt door de gevolgen van de voortplantingsdrift, de hebzucht en mobilisering van de mensenwereld. Bevolkt en vooral bestuurd door mensen, die het land slechts als een plek wensen te zien voor het verwerkelijken van hun materiële verlangens of voor het uitvoeren van hun utopistische idealen. En daarmee de ander hun keuzen opdringend.....
 
 
____________________________________
1 september 1992 citaat:
 
......In bergjes ligt de grijze stof op het oppervlak van het papier. Wrijf nu met mijn vingers. Langzaam en gelijkmatig in het rond. Het pigment zoekt onder mijn vingertoppen zijn weg en laat een spoor van nietsvermoedend grijs achter. Nu nog grijs, en niets, in zekere zin. Dan, bij wijze van spreken, de tovenarij.
Ik gum van links naar rechts. Sta weer versteld, al weet ik ongeveer wat komen gaat. Wat rood, dat eerst verdwenen leek, laat zich aarzelend zien. Een verontreinigd wit komt tevoorschijn en zoekt een vorm in het omringend grijs.
Verdwaald nog in een niemandsland.
De vorm vindt dan een kuitarm onderbeen dat futloos het grijs insteekt en aan een voet geholpen wordt die schuilgaat achter het aangebrachte band. Een hulpeloos gevecht ontstaat als het strakke lint een offer zoekt.
In de korrel van het papier, die met het wrijven zichtbaar wordt.
Een tekening openbaart. Tenslotte. Het materiaal. Mijn handelen. Uiteindelijk mijzelf. Maar, achter de voorstelling, daar verschuilt ze zich. En wacht af.
 
 
____________________________________________________________________________
Een aankoop-en tentoonstellingsproject van de Orde der Franciscanen 2003
 
......Als religie zoals Levinas dat beweert de situatie genoemd kan worden waarin men tot 'de ander' spreekt zal diegeen die recht wil doen aan vermeend onrecht er goed aan doen om tot een genuanceerde definiëring van die Ander ten komen. Dit zou deel moeten uitmaken van een ethiek die het onrecht in de wereld in het aangezicht wil ontmoeten. Dan kunnen we er niet aan ontkomen om daarin een keuze te doen. En onszelf duidelijk voor te houden dat elke keuze een keerzijde heeft. Ook voor de andere Ander. Die andere Ander zal dus een welomschreven plek dienen te hebben binnen dat ethisch denken en handelen.
En hier knelt het verhaal van Franciscus en de melaatse. Geleid door het gebod om datgene te doen wat afkeer inboezemt, lijkt het gebaar als een ethisch appel boven alle werkelijkheden te zweven. Dat wat we doen of laten komt echter binnen die werkelijkheden tot stand en dat houdt in dat we de aspecten ervan ook in onze overwegingen moeten betrekken.
 
 
______________________
augustus 2001 voor Ruimte bezetten
 
Het liefst lijken Nederlanders te willen leven in een gezellig conforama.
Alles keurig verzorgd op zijn plek en iets achteloos weggooien als dit zo uitkomt. De prijs van dit rustieke verlangen is ondermeer dat voor 'doordenken' hoegenaamd geen plaats is. De Nederlander denkt niet graag door over iets. Hoogstens denkt hij na over hoe hij iets kan doen.
......Wat deze bestuurders ten enenmale missen is een zorg voor het bestaande. Genegenheid voor wat er is, lijkt een restcategorie van beleid geworden.
......Ook 'Rotterdam' vormt geen uitzondering op dit ecologisch en humanistisch vandalisme, al is dit soms mooi verpakt in bijvoorbeeld een Ruimtelijk Plan. Ook hier is het openbaar bestuur bereid om laatste restjes relatief open en natuurlijk gebied weg te kapen van de bestaande bevolking en het vol te bouwen met zogenaamd hoogwaardige industrieterreinen en woonlocaties. De bevolking die van de bestaande al schaars geworden en gemaakte ruimte gebruikmaakte moet maar pas op de plaats maken voor wat bestuurders intensivering en kwaliteitsinvestering noemen.
......De Middeleeuwse fylosoof Joannes Duns Scotus zei al dat alle kennen bij de zintuiglijke waarneming begint. Uiteindelijk komt het er op aan hoe je waarneemt, of beter gezegd hoe en wat je wilt waarnemen. Van daaruit volgt vanzelf wat je kunt doen of nalaten.
 
 
____________________________________________________________________________
september 1996 selectie:
 
Ik draai plotseling de tekening om die ik zo net gemaakt heb en kijk weemoedig naar de blanke achterkant van het papier. Achterkant? Zoëven, voordat ik die tekening gemaakt had was er nog helemaal geen sprake van een achterkant.
 
Een prachtig meisje staat aan de overkant.
Kan mijn ogen er niet van af houden.
Een tram, met verlengd achterstel, rijdt voorbij. Even later, te lang, is hij voorbij.
Het meisje verdwenen.
 
Iemand loopt aan de overkant voorbij.
Ik heb hem nooit meer gezien.
 
Ben altijd gebiologeerd geweest door het raadsel van de andere zijde. Tot perfektie doorgevoerd heeft dit verlangen een verlammend effekt op het handelen.
 
Mijn Hier en Daar.
Ik wil tegelijkertijd hier zijn én daar.
 
 
_________________________________________________
Verzoek aan een aantal wetenschappers, dichters, kunstenaars etc. : schrijf een kort artikel n.a.v. een of meerdere voorwerpen uit het Teylersmuseum.
Publicatie in De Gids van november 1998.
 
citaat:
......Plotseling lijkt de wereld op één alsmaar voortdurend Paleoceen waarin alles dat is, slechts bestaat bij de gratie van de omstandigheid dat het overgebleven is. Zowel de schamele en ogenschijnlijk onbenullige afdruk in het stukje toiletpapier als de zeelelie uit Holzmaden. Beiden lijken zij onderworpen aan deze universeel lijkende wet, die mij doet denken aan de wet van het behoud van materie; niets van de materie gaat verloren maar transformeert enkel in een andere gedaante.
Maar om niet verloren te gaan moet iets natuurlijk ook overblijven. En ik denk dat iets overblijft als er wat is waarin het kan verblijven. De Pterodactylus kunnen we nú in zijn skeletvorm zien omdat er kalk was om in terecht te komen.
Als er geen veen was, waren er ook geen veenlijken. Trouwens,wat is een gedachte zonder dat zij tot leven komt in de spraak of in het elkaar verstaan?
Zelfs hier is een soort van verblijf nodig.
 
 
 
___________________________________________________________
 
......Nadat de weeën een beetje uitgeraasd waren haalden fabrikanten buitenlandse mensen het landje en hun eigen fabriek binnen om goedkoper spulletjes te maken en een tijdje daarna kwamen er weer nieuwe politici, vooral diegenen behept met christelijke en linkse idealen, die ervoor zorgden dat het nog voller werd door nog meer mensen binnen te laten. Rechtvaardig zijn hield voor hen onder andere in dat het land opengesteld moest worden voor diegenen die van deze rechtvaardigheid gebruik wensten te maken.
 
.....Het volk, of wat er van over was, deed weinig of niets. Als makke schapen liet het zich door al die goten, boulevards en attractieparken drijven. Verdreven uit het centrum werden ze nu gebombardeerd met indrukken waarvoor ze telkens weer met klinkende munt moesten betalen. Als Jezus, die voor hij op het kruis gespijkerd werd, eerst met zijn pincode voor zijn eigen pret-terechtstelling had moeten betalen. Sindsdien zappen ze als verdoolden van het ene pretpark naar het andere. De ene koopslurf in, de andere uit.
Vertwijfeld en verdwaasd op zoek naar hun centrum.
Diegenen die al dit fraais nooit wilden zijn uit het zicht verdwenen.
En de bedenkers van deze droom? Wel die zijn vertrokken. Naar de schaarse gebieden die nog gespaard zijn, naar het buitenland om hun toekomst dáár aan te bieden of soms ook wel terug naar de oude centra in prachtige herenhuizen.
Vanuit hun droomvilla's klinkt geregeld een luide maar valse schaterlach.
A Brobbels oktober 1999
 
......Nee déze maatschappijkritiek is aan de bedenkers van het merk vast niet besteed. Niet voor niets leven ze in de nieuwe economie, de einde van alle economieën, waarin het altijd bergopwaarts zal blijven gaan. Wat praktisch hetzelfde is als altijd met meewind fietsen. Om deze wat platte gang van zaken enigszins te verzachten hebben ze bedacht dat uiteindelijk 'een gevoel' de verbindende faktor bij het merk zou moeten zijn. Zoiets misschien als het soort gevoel bij Joop van de Ende die naar aanleiding van zijn musical Miss Saigon verklaarde dat hij op het juiste moment de emoties gekregen had.
september 1999
 
......De stad Rotterdam lijkt zich bij monde van het gemeentebestuur vooral te bekommeren om de zogenaamde vitaliteit van de stad. Ze is van zins een behoorlijk deel van de resterende enigszins groene binnenruimte, die veel volkstuinders tot nu toe in blakende staat onderhouden, op te offeren voor woningbouw en bedrijvigheid. Ze heeft hier wel een heel speciale kijk op het welzijn van de stadsbewoners en ik word er niet vrolijk van.
Hetzelfde kan van ons land en ons landsbestuur gezegd worden. Binnen luttele decennia is het 'Nederland' gelukt om onnoemelijk voller te worden. Volgens mij ook een stuk viezer. Voor nogal wat politici lijkt dit allemaal op zoiets als een puur natuurverschijnsel dat buiten hun jurisdictie schijnt te liggen. De hoeveelheid bebouwde grond is afgelopen jaar met maar liefst 3,5% toegenomen. Maar gelukkig. Philips wil uit Terneuzen weg naar Polen. Wel met achterlating van haar werknemers maar met dank voor bewezen diensten.
januari 2000
 
_____________________________________________
......Eigenlijk ben ik enorm verbaasd, dat na vele decennia van bevolkingstoename door immigratie en een hoog autochtoon geboortecijfer, nu pas in een landelijk dagblad gewag wordt gemaakt van de wens tot een goed gesprek. Dit doet me nu juist sterk twijfelen aan de mening van Kossman als zou het goede gesprek tot de Nederlandse (blanke) identiteit behoren. Ik heb nu juist het gevoel dat er verbazend weinig 'goede gesprekken' gevoerd worden.
Het vermijden van goede gesprekken waarin alles over alles (!) gezegd kan worden, behoort misschien eerder tot onze volksaard ( ondanks alle individuele variaties natuurlijk).Hoe komt dat, als we dit tenminste voor mogelijk houden?
Wel misschien, dat de vlakte van ons land waarin we elkaar voortdurend in de ogen kunnen kijken tot een vermijdingsgedrag aanspoort. Kerken zullen ook wel een duit in het zakje gedaan hebben. Ook het stelsel van afstandelijke representatieve democratie, dat vooral van getalsmatige meerderheden afhangt,
bevordert niet het 'discours' onder de bevolking.
 
_____________________________________________
......De PvdA wil de open ruimte door middel van een geldelijke heffing beschermen. Dit was te lezen in de NRC van 22 mei jongstleden en tot mijn verbazing was hierna tot zover geen enkele reactie in dezelfde krant te lezen.
Toch is het een uiterst merkwaardig voorstel, dat aangeeft dat de PvdA bij monde van Tweede-Kamerlid Staf Depla, blijkbaar gelooft in de heilzame krachten van de prijsvorming. Door middel van dit instrument hoeft men niet echt meer een besluit te nemen over die zogenaamde open ruimte, die in het betreffende artikel overigens ook wel het platteland of het landelijk gebied genoemd wordt. Een vraagstuk apart, zou ik zeggen. Ook waar mensen wonen zou 'open ruimte' behoren te bestaan.
......Het voorstel van de PvdA is daarnaast, en dat dienen we vooral niet te vergeten in zich zelf tegenstrijdig. In de ruimte moet namelijk gebouwd worden om namelijk dat te doen wat men met het gegenereerde geld beoogt. Vooral hier zit de omkering van het voornemen, dat daarmee in rook vervliegt.
 
________________________________________________
......In een artikel in dezelfde NRC van Hubert Smeets, dat over respect en wraak gaat, stond een citaat van de schrijver John Gray. Hij heeft het in zijn boek 'False Dawn' ( valse dageraad) uit 1998 over het maakbaarheidsideaal dat volgens hem vooral sinds de val van de Berlijnse Muur een groot deel van de wereld in haar greep heeft.
Dit ideaal, schrijft hij, betekent een permanente revolutie. Ze bezingt met jubelende tonen de vrije markt maar kent aan het verleden geen enkel gezag toe. Ze verstrooit lokale gemeenschappen en snijdt de draden door van het geheugen.
 
......Helaas bestaat er ook een grote dosis cynisme zoals dhr. Dirkmaat van de Vereniging Das en Boom eens uitlegde. Hij vertelt: " Als er, nog laten we zeggen honderd bedreigde dieren zijn, dan zegt een gemiddelde bestuurder " oh, het zijn er nog honderd. Er zijn er nog meer dan genoeg". Als er dan als gevolg van hun beslissingen weer een stuk grond versteend en bevolkt is en er, laten we zeggen, nog maar tien van deze dieren over zijn, dan zeggen dezelfde bestuurders" oh, er zijn er nog maar tien, dus waar maken we ons druk over".
Deze uitspraken zijn, aldus dhr. Dirkmaat, uit het leven gegrepen.
 
......Alles moet weg. Inderdaad, de ruimte die er in ons land is, wordt door veel bestuurders en ondernemers slechts als onbestemde en schier oneindige rest-ruimte gezien. Klaar om gekoloniseerd te worden. Slechts rijp voor bestemmingsplannen.
 
_____________________________________________
In de krant van woensdag jongstleden was een artikel te lezen van Doctor de Ruyter van Steveninck, die stelde dat Nederland aantoonbaar niet vol is. Één van de conclusies die zich, na lezing van zijn artikel, aantoonbaar aandient is, dat als hij of mensen als hij het in dit land voor het zeggen hebben, dit land onherroepelijk 'vol'
( nog voller) zal worden. En dat alles binnen de logica van zijn redenering.
Als een maatstaf voor zijn stelling haalt hij Groot-Londen aan. Vergelijken we ons land daarmee dan kan Nederland gemakkelijk 30 miljoen mensen herbergen.
Maar ten eerste kun je Nederland net zo goed dit land vergelijken met het eiland Tonga, waar verhoudingsgewijs een stuk minder mensen wonen en ten tweede is er een groot verschil tussen een eventuele (!) mogelijkheid en de wenselijkheid van die mogelijkheid.
Doctor van Steveninck, als hij tenminste echt bestaat, behoort bij diegenen die een land uitsluitend wensen te zien als een plek waar goederen geproduceerd en afgezet worden.
Hoe mensen op die plek zouden moeten of kunnen leven, laat hem onverschillig.
Ik gruw van dit soort mensen en ik vrees dat juist dit soort onverschilligen het heftmeestal in handen hebben.
Maar het is inderdaad ook zo, dat als meer mensen hier leven of toegestaan worden om te leven, de koopkrachtige vraag toe zal nemen én de economische afhankelijkheid daarmede.
Met andere woorden, er zullen banen en bedrijven nodig blijken om bijvoorbeeld hun hypotheken te betalen. Daar ligt de duivelse spiraal van Doctor van Steveninck. Nog los gezien van de omstandigheid dat veel mensen, die over dit soort zaken beslissen op relatief veilige afstand wonen van diegenen die de
gevolgen van hun beslissingen moeten ondergaan.
 
______________________________________________
......Ik ben later in de jaren zeventig lid van PPR geworden, een voorloper van wat nu Groen Links heet. Eigenlijk maakte ik mij als kind al zorgen om de omgeving, die, zo leerde ik tijdens mijn studie, ook wel het publieke domein genoemd werd. Ik dacht dat mijn zorgen binnen die beweging gedeeld werden. Later ben ik daar behoorlijk van teruggekomen. In een 'discussie' op de radio met Roel van Duyn, een bekend figuur binnen die 'linkse' beweging, over bevolkingsgrootte en immigratie, die toen al een behoorlijke omvang hadden bereikt, zei hij laconiek dat er in Drente nog genoeg plek was. Wel, dat was een moment dat bij mij de schellen van mijn ogen vielen.
Kort geleden kwam ik een uitspraak tegen van Raymond Arron, een Franse socioloog. Hij beweerde dat mensen die bereid zijn te sterven voor een ideaal, zeker bereid zijn om een ander voor datzelfde ideaal te laten sterven. Die houding herkende ik toen bij Roel van Duyn. Althans zeker voor wat betreft het tweede gedeelte van die uitspraak.
 
......Een land bestaat uit een groot aantal locale gemeenschappen. Daar wonen mensen (en leven dieren, en groeien bomen en planten). Die mensen hebben echter met de vestiging van de nationale staat en ons stelsel van vertegenwoordiging hun stem uit handen moeten geven. Je geeft dus een stem
aan 'iemand' anders maar je geeft jouw eigen stem weg. Dat is één van de essenties van dat systeem. En dit is trouwens ook één van de redenen van de toegenomen onverschilligheid.
 
......Het is dat gemak van het openbaar bestuur waarmee ze 'bestemt' en de locale gemeenschappen van hun ruimte en welzijn berooft dat mij grote zorgen baart. Het zijn ook de gevolgen van die houding die mijn geluk en thuisvoelen sterk aantasten. Ik ben een vreemdeling in mijn 'eigen' land aan het worden.
Onder de permanente dreiging van de roofridders van deze tijd.
© 2007 Let Spek